Geopend op zaterdag, zondag en feestdagen, van 14.00 tot 18.00 uur
 
CONTACTGEGEVENS
 
Association "Ceux de Troyon
B.P 32 55300 Saint Mihiel
Tel.+33(0)7.89.84.64.08
33(0)6.75.23.11.09
WEB.fort-de-troyon@orange.fr
HET FORT VAN TROYON
GESCHIEDENIS VAN HET FORT TROYON
 
Het Fort Troyon maakt deel uit van de verdedigingslinie die over de heuvels langs de Maas loopt tussen de kringstellingen van de steden Verdun en Toul. Deze forten zijn ontworpen door Generaal Séré de Rivières. Evenals de nabijgelegen forten Génicourt, Les Paroches en Camp des Romains moest het fort het dal van de Maas verdedigen.
 
Het fort werd in de jaren 1878 en 1879 in minder dan twintig maanden gebouwd. Duizend arbeiders (sjouwerlui, timmerlieden, steenhouwers, metselaars…) werkten dagelijks onder soms moeilijke omstandigheden. Er werd 160.000 m3 grond verplaatst en 40.000 m3 metselwerk opgetrokken. Het is geheel opgebouwd uit natuursteen en het heeft een gronddekking van vijf tot zes meter dik. De totale oppervlakte bedraagt 23 ha., waarvan 5 ha. bebouwd is. De geschatte bouwkosten bedragen 2 miljoen goudfranken, omgerekend 50 miljoen Euro.
 
Troyon is een fort met een centraal massief, waar omheen de artillerie staat opgesteld; het geheel is omgeven door een droge gracht. De zware artillerie staat opgesteld op achttien emplacementen in de open lucht; deze worden beschermd door holtraverses. Achter deze opstellingen loopt de “rue du rempart bas” als verbindingsweg. In het middengedeelte van het fort bevinden zich de kazernegebouwen met daarin de verblijfsruimten voor het garnizoen, de kruitmagazijnen, smederij, bakkerij, enz.
De grachten worden verdedigd door caponnières; de schietgaten daarvan worden beschermd door een kleine gracht.
Aan de keel- of achterzijde van het fort bevindt zich een halvemaanvormige overdekte batterij, die “ravelijn”wordt genoemd.
De opgestelde artillerie wordt niet door bepantsering beschermd.
 
In de offensieve gevechtsplannen van de Franse generale staf speelde het fort door zijn ligging een ondergeschikte rol; het werd daarom niet gemoderniseerd noch gebetonneerd. Het werd zelfs gedeeltelijk buiten gebruik gesteld en nauwelijks onderhouden. Zo bleef wel het metselwerk in zijn originele staat behouden. In die situatie, met een gereduceerd garnizoen en verouderde bewapening kreeg het fort te maken met artilleriebeschietingen en aanvallen van de Duitse troepen.
 
In september 1914 onderging het de vuurdoop, toen de 450 man van het garnizoen moedig tegenstand boden aan 10.000 man van het Vijfde Duitse Leger dat tijdens de slag aan de Marne probeerde Verdun te omsingelen om zo het Derde Franse Leger in de flank te kunnen aanvallen
.
De Duitse Kroonprins dacht het fort binnen 24 uur te kunnen veroveren. De dappere verdediging van het kleine garnizoen voorkwam de val van het fort; de officieren en manschappen bleven trouw aan het devies van 5e Regiment Vestingartillerie dat in verschillende forten was gelegerd: “Het is beter begraven te worden onder de ruïnes van het fort dan zich over te geven.
Het fort, dat tussen Verdun en Saint-Michel ligt, bevond zich tijdens de hele oorlog in de voorste linies; het werd regelmatig beschoten om te voorkomen dat het als steunpunt voor Franse troepen zou worden gebruikt. De Duitsers ondernamen echter geen verdere pogingen om het fort te veroveren.
 
In 1918 werd het fort tijdens de verovering van de saillant van Saint-Michel en de Butte de Montsec als verzamelpunt voor Amerikaanse gewonden gebruikt. Meer dan 800 van hen stierven hier aan hun verwondingen. Een gedenkteken op de militaire begraafplaats Arlington in de Verenigde Staten herinnert hieraan.